Modderventjes en “oud antiek”

In de jaren zeventig zat ik in een klein dorpsschooltje in een onooglijk klein straatje dat toepasselijk de Smallestraat heette en overging in een modderig pad. Je kon er amper je fiets keren.

Rechtover de school was er een kerk met een kerkhof en naast de school lag een groot veld en een boerderij. In die boerderij woonde een schoolvriendinnetje van me waar ik soms ging spelen. De velden rond haar huis bewerkte haar vader. Op een dag deed hij dat met een ‘moderne’ ploeg die 30 centimeter dieper ging dan de vorige. Een tractor was toen nog klein en bedoeld voor Vlaamse veldjes, niet de John Deere-mastodonten uit Amerika voor het bewerken van velden die tot aan de horizon reiken.

 

Terug naar de jaren zeventig, de vader ploegde het veld, wij maakten modderventjes met de vers geploegde klei die we lieten bakken in de zon op het terras van cementtegels.

Opeens kwam de boer hevig opgewonden het erf opgelopen: “Vrouw, vrouw, ik heb oud antiek gevonden”. Een uitroep die me altijd is bijgebleven: ‘oud antiek’. Zijn vrouw en ook wij liepen mee. “Oud antiek!” riepen we door elkaar. Het veld lag vol witte potten aangekoekt met dikke kleigrond. “Help dragen” riep de boer naar ons. En wij met armen vol potten terug naar de boerderij. De boerin legde kranten op de keukentafel en daar kwamen al die potten op. De boer liep rond als een kip zonder kop “De pastoor! Die moeten we verwittigen!”

Hij liep de kerkwegel en het modderpad op naar de pastorie. De pastoor kwam mee. Ondertussen had de boerin een teil gevuld met warm zeepsop en begonnen we gezamenlijk de potten af te wassen. Bleek dat het allemaal doodshoofden waren. De pastoor kwam binnen en bevestigde dat het veld tegenover de kerk vroeger een kerkhof moest geweest zijn, misschien wel eentje voor heidenen die niet binnen de muren van het kerkhof mochten worden begraven.

Wat er verder gebeurd is met de schedels weet ik niet. We zijn verder gaan spelen buiten terwijl de grote mensen alles regelden. Het was de jaren zeventig, we konden tegen een stootje. Een massagraf opgraven, bwa, we kenden dat uit de strips of boeken die we lazen. Skeletten zagen we in tekenfilms en avonturenboeken. Geen nachtmerries, trauma’s. Integendeel, we hadden een avontuur te vertellen op school.

Als ik nu naar de voorzichtige en betuttelende kinderboekjes kijk die gemaakt worden zodat de kinderen frustratieloos en zonder angsten opgroeien én de vele uren schermtijd…
Ik vraag me oprecht af of we daar ook mensen mee gaan vormen met herinneringen die niet aan een therapeut moeten verteld worden?
Als ze tenminste al herinneringen zullen maken, nu er enkel doorgespit wordt in de virtuele wereld en niet meer echt in de modder en klei.
Tot op het bot desnoods.

Ontvang meldingen omtrent reacties via mail
Ontvang een mail bij
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
© 2024 Jennifer Vrielinck | Alle rechten voorbehouden